ZOEKEN
  - IRO
- Verzuim- en Re-integratie
- Opleidingen
Nieuwsbrieven
  Balanced Values Inc. B.V.
Postbox 184
7730 AD Ommen

Bezoekadres:
Beerzerweg 1
Mariënberg

T 0523 252502
F 0523 251174
E info@balancedvaluesinc.com
www.balancedvaluesinc.com
KVK: 05039631
      |     |     |     |    
 

NIEUWSBRIEF JUNI 2008

 

Noodzaak bedrijfgezondheidsprogramma’s groeit

Productiviteitsverlies chronische ziekte overstijgt behandelingskosten

Washington DC/Amsterdam, 21 mei 2008

Het verlies aan productiviteit als gevolg van chronisch zieke werknemers is opgelopen tot meer dan vier keer de behandelingskosten van chronisch zieken. Het productiviteitsverlies ontstaat door arbeidsongeschiktheid, onvoorziene afwezigheid, verminderde effectiviteit op de werkvloer, een hoger ongevallencijfer en negatieve beïnvloeding van de kwaliteit van het werk en bediening van klanten. De toenemende kosten van chronische ziekten, waaronder directe ziektekosten en indirecte kosten van verloren productiviteit, drukken steeds zwaarder op het bedrijfsleven. De noodzaak van bedrijfsgezondheidsprogramma’s neemt daarmee toe. Dit blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers in samenwerking met het Wereld Economisch Forum.

Het rapport waarschuwt dat de toename van chronische ziekten de komende 25 jaar een verlaging teweeg zal brengen in het arbeidsaanbod, en spaargelden en investeringen zal doen slinken; uiteindelijk levert dit negatieve gevolgen op voor de kapitaalmarkt. “In een onderling afhankelijke wereldeconomie leveren chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes en aandoeningen aan de luchtwegen een aanzienlijk risico voor de maatschappij op waardoor gezondheidsstelsels en economische duurzaamheid kunnen worden aangetast”, aldus het rapport.

 

Chronische ziekten komen ook steeds vaker voor; het aantal chronische zieke werknemers stijgt zelfs verbazingwekkend snel. Op mondiaal niveau zijn chronische ziekten goed voor meer dan de helft (57%) van alle sterfgevallen per jaar. Dit aantal zal naar verwachting in de komende 20 tot 25 jaar met 23% toenemen, terwijl het aantal sterfgevallen door andere oorzaken naar verwachting tot en 2030 stabiel blijft. Hoewel de relatieve last van chronische ziekten nog steeds het zwaarst weegt in de geïndustrialiseerde wereld heeft de convergentie van de wereldeconomieën en de Westerse invloed op de levensstijl elders in de wereld ook steeds meer effect op opkomende economieën, en dat in een vergelijkbaar tempo.

 

Gezien het feit dat chronische ziekten internationaal gezien steeds vaker voorkomen en er nieuw bewijs is geleverd dat bedrijfsgezondheidsprogramma’s de risico’s op dergelijke ziekten kunnen verminderen, stelt het rapport dat het bedrijfsleven er belang bij heeft om bedrijfsgezondheidsprogramma’s op te zetten en dat publiekprivate samenwerking noodzakelijk is.

“De ervaring bij grote ondernemingen met bedrijfsgezondheidsprogramma’s wijst uit dat zij met deze programma’s medewerkers binden, terwijl zij tegelijkertijd hun ziektekosten terugbrengen, het productiviteitcijfer opkrikken en hun sociale verantwoordelijkheid nemen”, zegt Arco ten Klooster, expert bij PwC op het gebied van corporate responsibility.

Het rapport met de titel ‘Working Toward Wellness: The Business Rationale’ schetst vier belangrijke redenen waarom ondernemingen zouden moeten investeren in de preventie van chronische ziekten:

 

1) Chronische ziekten drijven ziektekosten op

De meeste kosten in de gezondheidszorg zijn toe te schrijven aan chronisch zieken; tevens zijn zij verantwoordelijk voor circa 40% van de productiviteitsverliezen. De gevolgen van chronische ziekten drukken in toenemende mate op het gezondheidsstelsel, belastingen en ziektekostenverzekeringen, een last die organisaties en hun werknemers moeten dragen.

 

2) Productiviteitsverlies vanwege chronische ziekten stijgt

Onderzoek toont steevast aan dat de kosten die gepaard gaan met productiviteitsverliezen vanwege gezondheidsrisicofactoren tot vier keer zo hoog zijn als het werkgeversaandeel in de ziektekosten. De kostbaarste aandoeningen en gezondheidsrisicofactoren die de productiviteit in de weg staan, zijn niet dezelfde als die waarvoor de behandelingskosten het hoogst zijn. Depressie, vermoeidheid en slaapproblemen – aandoeningen of risico’s die vaak in verband worden gebracht met chronische ziekten – hebben de grootste invloed op de productiviteit. Hetzelfde geldt voor ziektekosten: meer risicofactoren vermenigvuldigen de productiviteitsverliezen.

In de komende tien jaar verliezen China, India en Groot-Brittannië naar verwachting respectievelijk 558 miljard, 237 miljard en 33 miljard Amerikaanse dollar aan staatsinkomsten als gevolg van hartziekten, hersenbloedingen en diabetes, alsook vanwege een lagere economische productiviteit.

In veel opkomende economieën draagt het gebrek aan behandeling van chronische ziekten tijdens het werkzame leven ook bij aan het hogere aantal verloren productieve jaren. Zo zal naar verwachting in 2030 het totale aantal verloren productieve jaren in Brazilië, Zuid-Afrika, Rusland, China en India met 64% zijn gestegen, van 20,6 miljoen in 2000 tot 33,7 miljoen in 2030 vanwege hart- en vaatziekten. Dit vormt een bedreiging voor de vitaliteit van de onderling uiterst afhankelijke wereldeconomieën. Dat kan vervolgens leiden tot bedreiging van de duurzaamheid van het reeds zwaar belaste sociale verzekeringsstelsel in de industriële wereld.

 

3) Gezondheid op werkvloer positief voor investeringen in menselijk kapitaal

Menselijk kapitaal wordt steeds schaarser op mondiaal niveau. De vraag naar getalenteerde werknemers neemt toe en de vergrijzing zorgt (ook in Nederland) voor extra druk op het personeel van organisaties. Zo zal China volgens de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen al in 2010 te maken krijgen met schaarste op de arbeidsmarkt na een periode van overschot aan arbeidskrachten.

Uit onderzoek van PricewaterhouseCoopers is gebleken dat organisaties gemiddeld 290 Amerikaanse dollar investeren in arbeidskosten om 1000 dollar aan omzet te genereren; en omdat het bedrag aan geïnvesteerde arbeidskosten per dollar aan omzet toeneemt, zijn er goede mogelijkheden om het rendement op investeringen in personeel te verbeteren. Door werknemers te helpen langer door te werken en hun productiviteit op te schroeven, kunnen organisaties dit kapitaal beschermen nu zij wereldwijd geconfronteerd worden met schaarste op de arbeidsmarkt. Tevens heeft een organisatie die laat zien dat zij waarde hecht aan de gezondheid van haar werknemers meer kans om personeel te boeien en te binden en hen te motiveren.

 

4) Duurzaamheid wordt bedreigd door epidemie van chronische ziekten

Omdat economieën wereldwijd onderling afhankelijk zijn, is de epidemie van chronische ziekten – een gevolg van zowel omgeving- als gedragsfactoren – een sociaal gegeven dat net zo veel voorkomt en net zo afwendbaar is als problemen zoals de opwarming van de aarde, besmettelijke ziekten, armoede, terrorisme, schoon drinkwater en basale infrastructuur. Veel van deze problemen hangen samen met het probleem van chronische ziekten.

 

Jongeren met een beperking gaan werken naar vermogen

Voor jongeren die ondanks chronische ziekte of beperkingen mogelijkheden hebben om (gedeeltelijk) te kunnen werken, zal de ondersteuning primair gericht worden op het krijgen en behouden van werk naar vermogen. Daartoe zal de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) worden aangepast. Jongeren die na de aanpassing (2010) voor de Wajong in aanmerking komen en de mogelijkheden hebben om te werken, zal zoveel mogelijk werk worden aangeboden in het kader waarvan zij hun mogelijkheden kunnen ontwikkelen.

De inkomensondersteuning, die ook mogelijk is en nodig kan zijn, is aanvullend daarop. Ook zal bij eerste aanmelding niet getracht worden om al definitief vast te stellen in welke mate er mogelijkheden tot werk bestaan. Dat zal pas na verloop van een aantal jaren zijn, waarin de ontwikkeling van de aanwezige mogelijkheden zo goed mogelijk is ondersteund en gestimuleerd. De ministerraad heeft op voorstel van minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met toezending aan de Tweede Kamer van de notitie 'Participatie van jongeren met een beperking' waarin deze lijn is opgenomen.

 

Het aantal jongeren dat jaarlijks een beroep doet op de Wajong groeit sterk en is de afgelopen vijf jaar zelfs verdubbeld. Momenteel hebben 166.000 mensen een Wajonguitkering; zonder ingrijpen zullen dat er in 2050 ongeveer een half miljoen zijn (dan 5 % van de beroepsbevolking). Steeds meer jongeren raken op een zijspoor raken en doen niet meer mee in de samenleving, terwijl ze daar wel mogelijkheden voor hebben. Het kabinet vindt dit onaanvaardbaar. Jongeren met een beperking moeten kansen krijgen om te werken en actief deel te nemen aan de samenleving. Dat willen ze zelf ook graag.

 

In de huidige Wajong wordt een jongere al volledig arbeidsongeschikt verklaard op een jonge leeftijd (vaak rond 18 jaar). Hij/zij is dan nog volop in ontwikkeling en er is nog niet gekeken welke mogelijkheden de jongere nog wél heeft. Ongeveer tweederde van de huidige instroom in de Wajong heeft evenwel naar verwachting nog participatiemogelijkheden. Volledig arbeidsongeschikt zijn, leidt bij deze mensen tot een negatief zelfbeeld en een stempel bij mogelijke werkgevers.

Daarom komen er in de nieuwe situatie twee keuringsmomenten; een keuring bij de aanvraag van de Wajong en een beoordeling in principe op 27 jaar. Jongeren bij wie bij de eerste keuring al duidelijk is dat ze nooit kunnen werken, krijgen een Wajonguitkering op het niveau van personen die volledig arbeidsongeschikt zijn (75 procent van het minimumloon). Jongeren die mogelijkheden hebben om te werken, krijgen ondersteuning en begeleiding bij het vinden en behouden van werk bij reguliere werkgevers. Inkomensondersteuning is alleen aan de orde in aanvulling op het inkomen uit werk of als er buiten schuld geen werk is.

 

Jongeren die bij de voorlopige keuring (gedeeltelijk) mogelijkheden hebben om te werken, maar niet zelfstandig 75 procent van het minimumloon kunnen verdienen, komen in de nieuwe Werkregeling Wajong terecht. Deze regeling ondersteunt hen maximaal bij het vinden en behouden van werk. Zij krijgen een participatieplan waarin hun rechten en plichten staan. Een werk- of leeraanbod moeten ze accepteren. Uitgangspunt is dat Wajongers twintig procent van het minimumloon zelf kunnen verdienen. In aanvulling daarop kunnen ze inkomensondersteuning krijgen. Dit is ook het geval als betrokkene buiten zijn schuld geen werk heeft of het aangeboden werk geen inkomen van 20 procent van het minimumloon kan opleveren. Hoewel deze jongeren niet volledig arbeidsongeschikt zijn, gaat het kabinet hierbij voorlopig uit van een uitkeringsniveau van 75 procent.

Voor Wajongers die werken, zal boven de genoemde drempel van 20 procent meer werken meer lonen. Ook wordt meteen duidelijk wat ze overhouden als ze (meer) gaan werken. Van elke extra verdiende euro aan loon, behoudt de Wajonger de helft tot een maximum van 100 procent minimumloon. Studerende jonggehandicapten krijgen studiefinanciering en kunnen een aanvulling aanvragen van 25 procent minimumloon.

 

Het kabinet wil met de sociale partners afspraken maken over het openstellen van functies voor Wajongers. De Stichting van de Arbeid heeft de urgentie van deze aanpak onderschreven en wil zonodig in cao's nadere afspraken maken. Ook tijdens het Voorjaarsoverleg hebben de sociale partners en het kabinet afgesproken in de cao meer banen voor jongeren met een beperking mogelijk te maken. Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om Wajongers in dienst te nemen, komt er vanaf oktober 2008 een loket dat de administratieve rompslomp zoveel mogelijk uit handen neemt.

Het kabinet constateert dat de problemen met jongeren met een beperking vaak het eerst in de (jeugd)zorg worden geconstateerd, dat de jongere vervolgens vaak naar het speciaal onderwijs gaat en uiteindelijk in de Wajong terecht komt. Het onderwijssysteem richt zich te weinig op werk en jongeren ervaren dat school vooral de nadruk legt op beperkingen. Het kabinet wil dit omkeren en bij de participatie van jongeren meer uitgaan van wat jongeren kunnen. Dat begint bij onderwijs. Met de nota Passend onderwijs is aangegeven dat het onderwijs aan jongeren met een beperking moet verbeteren. Jongeren met een beperking en hun ouders kunnen gebruik maken van de voorzieningen voor gezinnen. Een belangrijke schakel daarin, zullen de centra voor jeugd en gezin zijn.

RVD, 30.05.2008

 

 
© copyright Balanced Values Inc. B.V.